
Herstel van fouten in de winstsfeer jaren later nog mogelijk (foutenleer)
Overal worden fouten gemaakt. Ook bij het vaststellen van belastingaanslagen. Fouten in een eenmaal vaststaande belastingaanslag kunnen ertoe leiden dat de belastingplichtige te veel of te weinig belasting betaalt. Soms kunnen deze fouten nog worden hersteld door navordering, de betaling van gewetensgeld of door ambtshalve vermindering van de onjuiste aanslag. Voor ondernemers geldt echter nog een andere methode om in het verleden gemaakte fouten te herstellen: de foutenleer.
De foutenleer is door de Hoge Raad - de hoogste rechter in belastingzaken - ontwikkeld. Het arrest, waarin de Hoge Raad de basis voor deze leer heeft gelegd, dateert uit 1952.
Door toepassing van de foutenleer kunnen in het verleden bij de berekening van ondernemingswinsten gemaakte fouten in het oudste nog openstaande jaar worden hersteld.
Dit foutenherstel is niet, zoals bij navordering het geval is, gebonden aan een termijn. Ook fouten die in een ver verleden zijn gemaakt, kunnen dus worden hersteld. De foutenleer ziet zowel op in het nadeel als in het voordeel van de belastingplichtige gemaakte fouten. Daarbij is overigens niet van belang wie de fout heeft veroorzaakt en of de fout al dan niet opzettelijk is gemaakt.
Fouten die niet doorwerken in de balanswaardering van activa en passiva, kunnen niet worden aangemerkt als een foutenleer-fout. Zodoende biedt de foutenleer niet de mogelijkheid in een voorgaand jaar verzwegen omzet alsnog in de belastingheffing te betrekken. De foutenleer is bijvoorbeeld wel van toepassing indien in het verleden te veel of te weinig is afgeschreven of een bezitting of schuld tegen een te hoge of te lage waarde in de ondernemingsbalans is opgenomen.